Muziek met een knipoog
De Friestalige band Skarl won op Liet 2000 de hoofdprijs met Jan fan de strjitte, waar de nieuwe c.d Skilderij mee opent. De c.d telt elf nummers, waarvan tien met tekst. De muziek is deze zomer ook uitgevoerd in Tresoar als voorstelling. Wat meteen opvalt is de mooie vormgeving fan de c.d waar Marieke Kodde verantwoordelijk voor was. De band pakt uit met een omslag in de vorm van een document welke zich helemaal laat openvouwen. Daarop staan de teksten met de Nederlandse vertaling. Uitgevoerd in stemmig zwart-wit met rood, wat past bij de soort muziek. De band ontplooit zich voornamelijk in de blues en jazzsfeer, maar er wordt ook duidelijk gebruik gemaakt van bekende popstructuren. Het is muziek met een eigenzinnig karakter, wat vergelijkingen oproept met De Kift, Tom Waits en ook wel met Deus en Reboelje. Skarl, bestaand uit: Sjoerd Kramer, Pieter Kurpershoek en Philippus Feenstra combineren voordracht met zingen, duiken in muzikale passages en komen even makkelijk uit op mooie meerstemmige refreintjes. Skilderij klinkt warm en ruimtelijk. Het is jammer dat de karakteristieke zang niet overal even goed hoorbaar is. Skarl maakt geen gemakkelijke muziek. Het heeft zonder meer stijl en sfeer, ook al doet het soms wat schetsmatig aan en pakt het niet altijd meteen. Na een paar keer draaien wordt het vertrouwder en komt het naar u toe. De muziek klinkt vlotter als er een duidelijkere beat in komt en de instrumenten meer los komen. Bijvoorbeeld het nummer Man mei de seine krijgt zo een lekkere swing. Ook in Unwisse takomst en het titelnummer hebben daardoor meer pit. De combinatie van voordracht en muziek komt in Sed niet zo goed uit de verf. De tekst wordt teveel opgezegd en overtuigd net niet, terwijl de muziek ook al wat lui is. De teksten hebben over het algemeen een aansprekende en poëtische invalshoek. Jammer genoeg zitten er wel enkele taalfouten in. Dat verder alles op rijm staat, ligt zo nu en dan teveel voor de hand of voelt gewoon niet prettig. Het nummer Riisterbosk klinkt erg goed, de tekst kon sterker. ' Ticht by thus, mei myn gedachten fier fan hus' moet hier rijmen en is niet hun mooiste taalvondst. Het is de vraag of deze stijlvorm overal bevalt. Skarl zou misschien nog vrijer kunnen bewegen als er op bepaalde plaatsen van de rijmschema's wordt afgestapt. In het nummer Swart werkt rijm heel goed en klinkt beslist spannend. Er wordt op Skilderij gezongen over de dood, het verloren gaan van jeugd en liefde, de gevolgen van eentonig werk. Erg ernstig allemaal zou u denken, maar Skarl wordt niet te zwaarmoedig. In de teksten valt wel wat te lachen en muzikaal gezien is er genoeg plaats voor een knipoog. Kom nei hus bijvoorbeeld lijkt met zo'n huilerig refrein een serieuze smartlap te zijn. En het laatste nummer heet Grypke. De trombone en gitaar klinken hier inderdaad verkouden en de zanger was zeker ziek want het blijft een instrumentaal soort van outro uit dit Skilderij van Skarl, die een bijzondere c.d heeft afgeleverd. Wie Skarl nummers live wil zien kan 20 Augustus in de teatertun in Rijs terecht.